• Angela Frings

Sevilla, de stad van de duizenden tegeltjes

Bijgewerkt: 20 apr 2019

Op onze kleine rondreis door Andalusië was Sevilla onze laatst bezochte koningsstad. En wat bleek, we saved the best for last. Wat een leuke, toegankelijke en levendige stad. Enerzijds is de stad eeuwenoude parels rijk, maar anderzijds voelt het als een hele frisse en jonge stad. Groot genoeg voor een stedentrip van minstens drie dagen waarin je de grote toeristenmassa’s ook best nog wel kan omzeilen. Ik snap dan ook zeker waarom Sevilla op nummer één staat als best city to visit in 2018 volgens Lonely Planet.


Wij verbleven in de wijk Macarena in het noorden van de stad, wat momenteel door de Sevillanos zelf als het meest hippe deel wordt gezien. Een oude volkswijk waar je nog maar weinig toeristen tegenkomt en je je dus in het echte authentieke Sevilla waant. Zo liepen we door één van de vele straatjes, werden we afgeleid door wat geluiden en voor we het wisten stonden we middenin een echte lokale flamencodansles! Daarnaast vind je er iedere donderdagochtend een kneuterige rommelmarkt waar je, als je in de buurt bent, écht even langs moet.



Het hotel waar wij sliepen, One Shot Palacio Conde de Torrejón 09, een hele mond vol, is pas geopend in januari van dit jaar en is een dikke aanrader als je je trip een ietwat luxer randje wil geven. Het voormalig achttiende-eeuwse paleis is omgetoverd tot een modern boutique hotel, maar heeft bepaalde oude elementen behouden. Voor gemiddeld honderd euro per nacht heb je een tweepersoonskamer.



Ons hotel lag vlak naast het centrale plein Alameda de Hércules. Hier vind je allerlei cafés en restaurantjes waar je bij de één tussen de net wakkere inwoners ontbijt, een paar deuren verderop later de dag afsluit tussen zakenmannen die na hun werk van een caña of cerveza genieten, en alles daar tussenin. Zo ontbijt je een paar meter achter het plein bij Bar El Ambigu als vrijwel zeker de enige toerist. Bestel één van de typisch Spaans belegde broodjes, pak er een goede kop koffie bij en met zijn tweeën ben je voor minder dan zes euro klaar.



Bij Piola, wat recht aan Alameda de Hércules ligt, zit je nog steeds voornamelijk tussen de Spanjaarden en heb je een iets gewoner maar nog steeds goed ontbijt voor ongeveer een tientje met zijn tweeën. Lunch bij één van de kiosken midden op het plein met sangría en lokale tapas, zoals salmorejo (gazpacho met iberico en ei) en berenjenas con miel (gefrituurde aubergine met honing) waar je gemiddeld zo’n drie tot vier euro per tapa betaald.

Dineer bij één van de vier vestigingen van La Azotea, Gran Poder, slechts één straat naast Alameda de Hércules. Ik zou het ’t best kunnen omschrijven als luxe, fushion tapas. Per persoon zit je hier na zo’n twintig euro al goed vol en heb je echt uitzonderlijk goed en verrassend gegeten.


Je hebt in Sevilla een paar toeristische hoogtepunten die je gewoon moet afstrepen. Zo heb je de Metropol Parasol, of zoals het ook wordt genoemd, de Setas de Sevilla (setas betekent paddenstoelen). Op deze grootste houten constructie ter wereld heb je een mooi uitzicht over de stad. Minder bekend is de op de begane grond gelegen mercado waar de vers gevangen vis in het ijs ligt, de groentekraampjes zorgen voor een kleurexplosie en de nog levende slakken uit hun huisjes uit de netten proberen te kruipen.



Op zo’n tien minuten lopen zit het oudste café van Sevilla, El Rinconcillo. Het is een prachtig oud café, maar de hordes toeristen die er tegenwoordig op afkomen doen hier voor mij toch wel wat afbreuk aan. De tapas kan je laten staan, maar om er toch even te zijn geweest drink je er een caña, en dat het liefst aan de bar: hier schrijven ze namelijk met krijt op wat je besteld.

Dan heb je de naast elkaar gelegen Catedral de Santa Maria de la Sede, beter bekend als Catedral de Sevilla, Torre Giralda en Real Alcázar de Sevilla die je uiteraard ook niet mag overslaan. De Catedral is de grootste gotische kathedraal ter wereld met voor mij als hoogtepunt de graftombe van Christopher Colombus. De Catedral staat op de plek waar vroeger een Moorse moskee stond en het enige overgebleven deel daarvan is de toren La Giralda. Deze toren kan je vanuit de Catedral beklimmen en eenmaal boven heb je een nog veel hoger uitzicht over de stad dan je al had vanaf de Setas. Bijzonder aan deze klim is dat de toren geen traptreden heeft, maar je hellend omhoog loopt.



Schuin tegenover de ingang van de Catedral vind je ook de ingang van Real Alcázar. Dit koninklijk paleis van Sevilla kent naast Christelijke ook Arabische invloeden en bepaalde ruimtes hebben dan ook zeker wat weg van het Alhambra. Daarnaast heeft het prachtige grote tuinen waarin je kan ronddwalen. Een tip welke ik zeker ook zelf gehad zou willen hebben is om van te voren je tickets te kopen voor de Catedral (hiermee heb je ook toegang tot La Giralda) en Real Alcázar. Voor de Catedral hebben we een half uur in de rij gestaan terwijl je met een al gekocht ticket direct door mag naar de ingang. Voor Real Alcázar hebben we een uur in de brandende zon gestaan, maar met een ticket was de wachttijd een stuk korter geweest, al moet je zelfs dan ook nog even in een rij staan.



Het Plaza de España is volgens mij het meest gebruikte Instagram-decor uit Sevilla. Een ontzettend kleurrijke en enorm grote halve cirkel waar de typisch Andalusische tegeltjes azulejo’s de tweeënvijftig Spaanse provincies vertegenwoordigen. Loop ze alle tweeënvijftig langs, geniet van het water in het midden met de grote fontein en verschillende schattige bruggetjes en struin door in het aangrenzende prachtige Parque de María Luisa.



Waar wat minder toeristen op afkomen is het La Plaza de Toros de la Real Maestranza de Caballería de Sevilla, of korter, Plaza de Toros, de grootste en belangrijkste arena voor het stierenvechten in Spanje. Nou heb ik hier wel een ‘maar’ bij. Ik ben persoonlijk fel tegen het stierenvechten en ik zou dit nooit willen aanschouwen. Ik vind het cru, super zielig voor die beesten en ook nog eens volledig onnodig. Waarom dan toch hierheen gaan? Om dit fenomeen wellicht iets beter te begrijpen en of je het nou wil of niet, het is een diepgewortelde traditie in de Spaanse cultuur, en deze wil ik juist graag beter leren kennen. Ik vond de rondleiding indrukwekkend en zou het bezoek hieraan ook best willen aanraden, al blijf ik het wel een beladen dingetje vinden.

Vanuit de zuidelijke wijk El Arenal, waar Plaza de Toros ligt, steek je de rivier de Guadalquivir over naar de nog zuidelijker gelegen zigeunerwijk Triana. Deze volkswijk heeft vele stierenvechters en flamencodansers voortgebracht en is, buiten het verlengde van de Puente de Isabel II waarover je de wijk binnenkomt, nog niet door alle toeristen ontdekt. Mijn grootste aanrader van Sevilla ligt hier schuil, precies naast de entree van de wijk, maar door bijna niemand opgemerkt. Middenin Mercado de Triana, tussen kraam elf en twaalf, zit het kleinste theater van Spanje met maar achtentwintig zitplaatsen, CasaLa Teatro. Als alle marktlieden allang naar huis zijn en de mercado zo goed als uitgestorven is, worden er iedere avond de meest intieme flamenco shows gegeven. Er is letterlijk en figuurlijk geen ontkomen aan de rauwheid en passie voor de flamencomuziek, -zang en -dans. Ik geloof dat ik Sevilla hier in haar puurste vorm heb mogen meemaken.



¡Gracias Sevilla!

0 keer bekeken

CONTACT?

Vul een contactformulier in of chat met ons via het chatwolkje rechts onderin.

© 2019 by De Wereldmeisjes

  • White Facebook Icon
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now